Doel van de fase programma en ontwerp
Besluitvorming over het al dan niet bebouwen en aanleggen van het plangebied (of delen daarvan) en de wijze waarop, de kosten, opbrengsten en het saldo zodat tot projectontwikkeling kan worden overgegaan. Tevens besluit over het beschikbaar stellen van een krediet voor de planuitvoering en vaststelling van de dekkingsmiddelen voor de overige gemeentelijke investeringen, de infrastructuur, de openbare ruimte en voor de niet-commerciële voorzieningen. De fase wordt afgesloten met een investeringsbesluit.
Ieder ruimtelijk project is uniek, dat betekent dat bijvoorbeeld de organisatie, tijdplanning, capaciteit, per project verschillen. Het Plaberum beoogt een structuur te bieden voor de plan- en besluitvorming maar kan flexibel worden toegepast.
Het bestuurlijke besluitvormingsproces
Grondexploitaties met een kosten- en of een opbrengstenniveau tot € 500.000 worden door de stadsdeelraad vastgesteld. Grondexploitaties met een kosten- en of een opbrengstenniveau tussen € 500.000 en € 5.000.000 worden na instemming van de stadsdeelraad door het College vastgesteld. Grondexploitaties met een kosten- opbrengstenniveau hoger dan € 5.000.000 worden door de Gemeenteraad vastgesteld. Ook de kredietaanvraag wordt aan het College van B&W en de Gemeenteraad voorgelegd.
Indien relevant brengt de dienst IVV gelijktijdig voorstellen in het College voor de (mede) ontsluiting met hoofdnet auto, railverbindingen, hoofdnet fiets of pontveer. Deze voorstellen bevatten een programma van eisen van de beoogde infrastructuur, raming van de investering, rendabiliteit van de investering, dekking van de kosten, een risicoparagraaf en koppeling fasering Plan- en Besluitvormingsproces Infrastructuur (PBI).
Het OGA neemt het plan na bestuurlijke vaststelling op in het Resultaat Actieve Grondexploitaties (RAG).
Besluitvorming
De besluitvorming in de stadsdeelraad betreft in ieder geval:
Na besluitvorming door de stadsdeelraad biedt het DB van het stadsdeel de grondexploitatie en het plan, inclusief een reactie op het advies van het OGA, ter besluitvorming aan het College aan. Het College (bij grondexploitaties tot € 5.000.000) of de Gemeenteraad (bij grondexploitaties vanaf € 5.000.000) neemt kennis van de inhoud van het plan en stelt de grondexploitatie vast en stelt een krediet beschikbaar. Het bestuur van de centrale stad stelt alleen de grondexploitatiebegroting vast conform artikel 8, lid 1 van de verordening op het Ontwikkelingsbedrijf en het beslag op de centrale middelen. De ambtelijke opdrachtgever vraagt een toets aan bij het OGA. De Bestuursdienst, SB, coördineert de advisering en toetsing door de betrokken diensten ter voorbereiding op de besluitvorming in B&W, inclusief het advies van Concern/ Financiën. Dit gebeurt in het stedelijke toets- en adviesteam. Op basis van de consultatie in het stedelijke toets- en adviesteam bereidt de Bestuursdienst/ SB de besluitvorming voor en draagt zorg voor het bestuurlijke besluitvormingsproces.
Deze besluitvorming in de centrale stad (College en/of Gemeenteraad) betreft in ieder geval:
Bij grootstedelijke plannen organiseert de ambtelijke opdrachtgever de besluitvorming door het College in overleg met de Bestuursdienst, SB en Financiën na consultering van het stedelijke toets- en adviesteam. Deze besluitvorming betreft in ieder geval:
Contractvorming
Na vaststelling van deze fase kan de selectie van marktpartijen starten tenzij dat al in fase 2 is gebeurd omdat er een marktpartij was met een grondpositie. De ambtelijke opdrachtgever is verantwoordelijk voor het selectieproces maar is verplicht advies te vragen bij het OGA. OGA levert dit advies binnen 2 weken. De uitkomst van het selectieproces moet de ambtelijke opdrachtgever melden aan het OGA.
Onderhandelen
Bij ruimtelijke projecten die vallen onder de verantwoordelijkheid van de centrale stad wordt het OGA verplicht ingehuurd om de benodigde financieel-economische deskundigheid te leveren ten behoeve van het project en om erop toe te zien dat de financiële beleidskaders, die voortkomen uit de beleidstaken van het OGA en uit het beheer van de ruimtelijke fondsen, worden gevolgd. Bij ruimtelijke plannen die vallen onder de verantwoordelijkheid van een stadsdeel, waarbij sprake is van een gemeentelijk kosten- en of opbrengstenniveau hoger dan € 500.000, worden onderhandelingen met ontwikkelende partijen, gericht op het komen tot privaatrechtelijke overeenkomst(en) ter realisering van het project, aan de directeur OGA gemeld. Deze bepaalt vanuit het stedelijke belang of het OGA aanwezig zal zijn bij de onderhandelingen. De directeur OGA maakt met terughoudendheid gebruik van het recht aanwezig te zijn.